Er is internationale ophef ontstaan na de onderschepping van de zogenoemde Gaza-vloot door Israëlische troepen. Aan boord bevonden zich activisten, journalisten en hulpverleners uit meerdere landen, onder wie ook zes Nederlanders.
Op beelden die online rondgaan, is te zien hoe opvarenden worden vastgebonden met tie-wraps, op de grond moeten zitten en onder bewaking worden afgevoerd. Volgens verschillende activisten werden zij na de onderschepping gefouilleerd, vastgehouden en onder druk gezet om mee te werken aan opnames.
De vloot was onderweg naar Gaza met hulpgoederen. Israël hield de schepen tegen voordat zij hun bestemming bereikten. Vooral de manier waarop de opvarenden zouden zijn behandeld, zorgt nu voor felle reacties.
Activisten stellen dat zij hun telefoons moesten afgeven en verklaringen moesten ondertekenen. Ook zouden zij urenlang zijn vastgehouden terwijl militairen bevelen gaven. Beelden waarop geboeide opvarenden op de grond zitten, zorgen voor veel woede op sociale media.
Mensenrechtenorganisaties spreken van vernederende omstandigheden en willen dat er duidelijkheid komt over wat er precies is gebeurd tijdens en na de onderschepping. Ook verschillende regeringen zouden om uitleg hebben gevraagd over de behandeling van hun burgers.
De kwestie leidt opnieuw tot discussie over de situatie in Gaza, de rol van hulpvloten en de manier waarop Israël optreedt tegen activisten die proberen het gebied per boot te bereiken.



