Het vakantie-imperium van Peter Gillis krijgt opnieuw een flinke dreun. Drie vakantieparken uit zijn Oostappen-portefeuille worden op 1 oktober gedwongen geveild. Het gaat om Prinsenmeer in Ommel, Brugse Heide in Valkenswaard en Stadsresort Valkenburg, beter bekend als Stadscamping Den Driesch.
De verkoop gebeurt niet vrijwillig. Een financier heeft een lening opgeëist omdat niet meer aan de betalingsverplichtingen werd voldaan. Omdat betaling uitbleef, worden nu de hypotheek- en pandrechten uitgewonnen en gaan de parken onder de hamer.
Drie parken van Peter Gillis gedwongen geveild
Vooral de veiling van Prinsenmeer is een gevoelige klap. Het bijna 54 hectare grote vakantiepark groeide door Massa is Kassa uit tot misschien wel het bekendste bezit van Gillis.
Prinsenmeer beschikt over 1.516 exploiteerbare eenheden en heeft onder meer een subtropisch zwembad, horeca, een supermarkt, bowlingbanen, een indoor speeltuin en een theater.
De drie parken samen beslaan ruim 63 hectare grond en zijn goed voor in totaal 1.876 exploiteerbare eenheden en standplaatsen.
Financiële druk loopt verder op
De gedwongen verkoop is extra opvallend omdat Gillis eerder liet weten zijn parken juist vrijwillig te willen verkopen. Met de opbrengst wilde hij nieuwe vakantieparken in Kroatië beginnen.
Die verkoopplannen liepen echter vast. Inmiddels zijn alle Nederlandse Oostappen-parken gesloten en kampt Gillis ook met problemen rond vergunningen en schuldeisers.
De aangekondigde veiling laat zien dat de financiële druk verder is toegenomen.
Veiling op 1 oktober
Op 1 oktober worden de drie parken eerst afzonderlijk online geveild. Daarna volgt nog een mogelijkheid om de parken gezamenlijk over te nemen.
Geïnteresseerde partijen kunnen tot en met 16 september een onderhandse bieding indienen.
De opbrengst van de verkoop gaat naar de schuldeisers en komt dus niet zomaar beschikbaar voor nieuwe plannen van Gillis.
Voor de ondernemer die jarenlang bekendstond om de uitspraak „Massa is Kassa”, lijkt de situatie daarmee steeds verder te kantelen.
Bron:





