In recente energie- en mobiliteitsdiscussies wordt steeds vaker gesproken over extreme scenario’s waarin de benzineprijs kan oplopen tot €3,50 per liter of zelfs meer. Zulke voorspellingen hangen meestal samen met een combinatie van factoren, zoals geopolitieke spanningen, verstoringen in de olieaanvoer, een stijgende wereldwijde vraag en veranderingen in belasting- en accijnsbeleid. In deze verkenningen wordt benadrukt dat brandstofprijzen zeer gevoelig zijn voor internationale ontwikkelingen, waardoor forse prijsstijgingen in uitzonderlijke situaties niet zijn uitgesloten.
Tegelijkertijd wordt gekeken naar de impact op consumenten en hun mobiliteitsgedrag. Hogere brandstofprijzen kunnen ertoe leiden dat mensen vaker kiezen voor alternatieven, zoals het openbaar vervoer, de fiets of andere vormen van vervoer. In beleidskringen wordt daarbij vaak gewezen op het spanningsveld tussen betaalbaarheid voor huishoudens en de ambitie om duurzamere mobiliteit en lagere CO₂-uitstoot te stimuleren.
Is nóg meer stijging van de benzineprijs reëel?
Ook de discussie over accijnsverlaging speelt hierin een belangrijke rol. Premier Rob Jetten heeft aangegeven voorlopig geen reden te zien om de accijns op brandstof te verlagen. Volgens hem kan ingrijpen op korte termijn botsen met bredere klimaat- en energiedoelen. Daarmee ligt de nadruk op het in stand houden van fiscale prikkels die het gebruik van fossiele brandstoffen moeten ontmoedigen, ook nu de benzineprijs hoog blijft of verder stijgt.



