Enerzijds heb je de sportieve fietser die zich keurig aan de regels houdt. Ze rijden vaak alleen, blijven netjes op het fietspad, houden rechts, verlenen voorrang en stoppen netjes voor een rood licht of een gesloten spoorwegovergang. Niet alleen uit verantwoordelijkheidsgevoel, maar ook uit respect voor de veiligheid van anderen.
En dan is er de andere groep.
Vaak zijn dit mannen van middelbare leeftijd die hun midlifecrisis op een racefiets proberen te verwerken. Ze drinken dagelijks een krat bier maar kopen een peperdure carbonfiets omdat die precies 100 gram lichter is. Een fietsbel? Die is overbodig – dat scheelt weer gewicht. Bitterballen bij de tussenstop zijn vanzelfsprekend. Verkeersregels zijn voor amateurs: rood licht is een advies, en dichte spoorbomen worden genegeerd als hinderlijke obstakels.
Wielrenners eisen de weg op
Deze categorie wielrenners gedraagt zich alsof ze de heersers van het asfalt zijn. De voorste uit de groep durft het zelfs aan om midden op een kruispunt te stoppen om het verkeer – dat eigenlijk voorrang heeft – tegen te houden. Hij gaat ervan uit dat de rest van het verkeer wel braaf wacht tot zijn peloton is overgestoken.
Maar de automobilist die dit tafereel moest aanschouwen, dacht daar heel anders over…





