De recente onrust rond het hantavirus deed bij veel mensen denken aan de coronaperiode. Toch benadrukken experts dat de kans klein is dat juist dit virus wereldwijd voor een grote uitbraak zorgt. Dat betekent niet dat een nieuwe pandemie onmogelijk is. Volgens deskundigen is het vooral de vraag waar en wanneer die zal ontstaan.

Nieuwe virussen blijven opduiken

De aandacht voor het hantavirus is mede zo groot omdat mensen sinds corona alerter zijn op nieuwe infectieziekten. Volgens viroloog Marion Koopmans van het Erasmus MC zijn er inderdaad overeenkomsten met Covid-19. In beide gevallen gaat het om een virus dat oorspronkelijk van dieren komt en is overgesprongen op mensen.

Toch ziet Koopmans ook duidelijke verschillen. Corona was veel besmettelijker. Daardoor is de kans dat het hantavirus uitgroeit tot een pandemie volgens haar zeer klein. Wel vindt ze het belangrijk dat dit soort uitbraken serieus worden genomen en goed worden gevolgd.

Virusuitbraken komen wereldwijd regelmatig voor, al halen ze lang niet altijd het nieuws. Volgens Koopmans beginnen pandemieën vaak klein. Sommige virussen kunnen zich daarna razendsnel verspreiden, vooral wanneer ze via de luchtwegen overdraagbaar zijn.

Daarbij wijst ze vooral op virussen uit de coronafamilie en bepaalde vormen van vogelgriep. Vooral een vogelgriepvariant die de afgelopen jaren wereldwijd onder wilde vogels circuleert, baart zorgen. Er zijn inmiddels aanwijzingen dat deze variant af en toe ook mensen kan besmetten. Volgens Koopmans is wereldwijde monitoring daarom noodzakelijk.

Onderzoek naar virussen bij dieren

Bij Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad wordt al jarenlang onderzoek gedaan naar virussen bij dieren. Onderzoekers proberen daar beter te begrijpen welke ziekteverwekkers rondgaan en of ze kunnen overspringen op mensen.

Onderzoeker Barry Rockx legt uit dat wetenschappers voortdurend kijken naar de eigenschappen van virussen. Daarbij onderzoeken ze hoe een virus zich verspreidt, hoe ziekmakend het is en hoe groot de kans is dat het mensen kan besmetten.

Als mensen nauwelijks ziek worden en er niet aan overlijden, is de dreiging veel kleiner. Maar wanneer een virus zich snel verspreidt en ernstige ziekte veroorzaakt, moet er volgens Rockx snel kunnen worden ingegrepen.

Onderzoek bij dieren is daarbij van groot belang. Sommige dierziekten lijken namelijk sterk op infecties bij mensen. Door die processen beter te begrijpen, hopen wetenschappers behandelingen en vaccins te ontwikkelen die uiteindelijk ook mensen kunnen beschermen.

Vaccins en voorbereiding

De laatste jaren richt het onderzoek zich onder meer op virussen die worden verspreid door muggen en teken, zoals het westnijlvirus. Met geavanceerde scanners analyseren wetenschappers de genetische eigenschappen van virussen. Zo krijgen ze beter inzicht in de risico’s voor mensen en de manier waarop een virus zich mogelijk kan verspreiden.

Wanneer een virus zich snel kan verspreiden en mensen ernstig ziek kan maken, is volgens Rockx snelle actie nodig. Dat kan bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een vaccin. Farmaceutische bedrijven kunnen middelen ontwikkelen en die vervolgens laten testen.

Ook naar vaccins tegen vogelgriep bij pluimvee wordt onderzoek gedaan. De eerste resultaten lijken veelbelovend, al zal het waarschijnlijk nog enige tijd duren voordat zulke vaccins breed beschikbaar zijn.

Rockx benadrukt dat overdracht van virussen van dier op mens voortdurend voorkomt. Meestal leidt dat niet tot ernstige ziekte en verspreidt het virus zich niet verder tussen mensen. Toch zijn er uitzonderingen. Juist die uitzonderingen kunnen in de toekomst gevaarlijk worden.

Vogelgriep blijft een belangrijk risico

Net als Koopmans denkt Rockx dat een nieuwe pandemie op termijn onvermijdelijk is. Daarbij kijken deskundigen vooral naar vogelgriepvirussen, omdat die van eigenschappen kunnen veranderen.

Waar vogelgriepuitbraken vroeger vaker seizoensgebonden waren, lijken ze tegenwoordig steeds vaker het hele jaar door voor te komen. Bovendien is bekend dat vogelgriep in sommige gevallen kan overspringen op mensen.

Volgens Koopmans is voortdurende voorbereiding daarom cruciaal. Alleen dan kan er op tijd worden ingegrepen als een nieuw virus zich snel begint te verspreiden.

Op dit moment is Nederland volgens haar nog niet goed genoeg voorbereid. Ze wijst onder meer op beperkte capaciteit bij de GGD’en en te weinig mogelijkheden om grootschalig te testen.

Hoewel de overheid opnieuw honderden miljoenen investeert in pandemische paraatheid, vraagt Koopmans zich af of dat voldoende is. Volgens haar is structurele voorbereiding nodig, ook in periodes waarin er geen grote uitbraak is.

“We hebben echt een permanente brandweer nodig,” zegt ze.

Lees verder

Bron: