Heftig nieuws uit Ter Apel. In een bosgebied aan de Nulweg is vanmorgen een stoffelijk overschot aangetroffen. Dat meldt het Algemeen Dagblad. Na een melding bij de hulpdiensten kwamen meerdere politie-eenheden ter plaatse.

Ook de Forensische Opsporing werd ingeschakeld om onderzoek te doen naar de omstandigheden. Het gebied werd tijdelijk afgezet, zodat de politie haar werk kon doen.

Politie sluit misdrijf uit

Over de identiteit van de overleden persoon en de exacte doodsoorzaak werd aanvankelijk niets bekendgemaakt. De politie startte direct een onderzoek naar de vondst.

Kort daarna liet de politie Groningen weten dat er geen aanwijzingen zijn voor een misdrijf. Daarmee is het politieonderzoek volgens de politie afgerond.

Snelle conclusie roept vragen op

De snelle conclusie van de politie zorgt online voor reacties. Sommige mensen vinden het opvallend dat een misdrijf al snel wordt uitgesloten.

Op sociale media wordt onder meer gewezen op de locatie van de vondst. De Nulweg ligt in de omgeving van Ter Apel, waar veel mensen van en naar het aanmeldcentrum komen. Daardoor leidt de vondst bij sommigen tot speculatie, al benadrukt de politie dat er geen sprake is van een misdrijf.

Aanmeldcentrum Ter Apel opnieuw overvol

Los van de vondst in het bos is er opnieuw veel aandacht voor de situatie in Ter Apel. Het aanmeldcentrum zit volgens het COA opnieuw boven de toegestane capaciteit.

In het centrum mogen maximaal 2.000 mensen verblijven, maar dat aantal wordt de laatste dagen overschreden. Daardoor moeten sommige mensen noodgedwongen op stoelen, in gangen of op de grond slapen.

In de nacht van zondag op maandag verbleven er volgens het COA 2.199 mensen in het aanmeldcentrum. De nacht daarvoor ging het om 2.234 mensen. Daarmee is de druk op de opvang opnieuw flink toegenomen.

Eerder bepaalde de rechter dat het COA een boete van 50.000 euro per dag moet betalen wanneer er meer dan 2.000 mensen in Ter Apel verblijven. Of die boetes nu opnieuw worden opgelegd, is op dit moment nog niet duidelijk.

Lees verder

Bron: