Nederland krijgt momenteel opvallend veel asielaanvragen van mensen met een zogenoemde onbekende nationaliteit. In de praktijk gaat het volgens berichtgeving vaak om Palestijnen die eerder in Griekenland een verblijfsvergunning kregen en zich daarna binnen Europa hebben verplaatst.
Een deel van deze groep is naar Nederland gekomen en wil hier blijven. De IND stelde vorige week in een analyse dat Nederland op dit moment vermoedelijk het hoogste aantal aanvragen van Palestijnen binnen de Europese Unie ontvangt.
De situatie zorgt voor politieke discussie, omdat deze mensen al een verblijfsstatus in Griekenland hebben. Volgens Europese afspraken kan een asielaanvraag in zo’n geval sneller worden afgewezen, omdat iemand al bescherming heeft gekregen in een ander EU-land.
Toch gebeurt terugsturen naar Griekenland in de praktijk al jaren nauwelijks. Dat heeft te maken met zorgen over de opvangsituatie daar en eerdere rechterlijke uitspraken. Europese rechters oordeelden eerder dat statushouders in Griekenland in bepaalde gevallen onvoldoende toegang hebben tot werk, huisvesting en andere basisvoorzieningen.
Daardoor kunnen andere EU-landen mensen niet zomaar terugsturen naar Griekenland, ook al hebben zij daar al een verblijfsvergunning. Dat maakt de situatie ingewikkeld en zorgt voor extra druk op de Nederlandse asielketen.
In de Tweede Kamer klinkt inmiddels stevige kritiek. Meerdere partijen willen weten waarom juist Nederland zoveel aanvragen ontvangt en vragen het kabinet om maatregelen.
Asielminister Van den Brink heeft nu aangekondigd dat hij actie wil ondernemen. Hij heeft de IND gevraagd om lopende aanvragen van deze groep voorlopig niet verder te behandelen. Daarmee wil het kabinet tijd winnen om duidelijkheid te krijgen over de juridische mogelijkheden.
Volgens Van den Brink betekent dit dat Palestijnen met een Griekse verblijfsstatus in principe niet automatisch in Nederland mogen blijven. De minister wil op korte termijn met Griekenland in gesprek om te kijken of terugkeer weer mogelijk kan worden.
Daarvoor moet Griekenland volgens hem wel kunnen aantonen dat er voldoende voorzieningen zijn voor mensen die daar al een status hebben gekregen. Als dat lukt, zou Nederland in de toekomst mogelijk weer mensen kunnen terugsturen.
De minister verwacht echter dat dit niet zonder slag of stoot zal gaan. Asielzoekers kunnen bezwaar maken tegen afwijzingen en juridische procedures starten. Daardoor kan het alsnog lang duren voordat er daadwerkelijk mensen worden teruggestuurd.
Normaal gesproken kan een aanvraag van iemand die al een verblijfsvergunning in een ander Europees land heeft, als “niet-ontvankelijk” worden verklaard. Dat betekent dat Nederland de aanvraag inhoudelijk niet verder hoeft te behandelen.
Bij mensen met een Griekse status ligt dat ingewikkelder door eerdere uitspraken van rechters. Zolang de situatie in Griekenland als onvoldoende wordt gezien, blijft terugsturen juridisch lastig.
Van den Brink wil nog voor het zomerreces meer duidelijkheid geven over de aanpak. Tot die tijd blijft de kwestie politiek gevoelig, omdat de druk op de asielopvang groot is en partijen in de Tweede Kamer aandringen op snelle oplossingen.

Bron:



