Heel Nederland lijkt inmiddels een mening te hebben over de zaak tussen een nikab-draagster en een visboer uit Hoek van Holland. Nu doet Karima, zoals de vrouw heet, voor het eerst zelf haar verhaal.

De zaak draait om een incident van vier jaar geleden, waarbij de visboer haar geen bakje kibbeling wilde verkopen. Karima deed aangifte, maar het Openbaar Ministerie zag toen geen reden om de man te vervolgen. Het hof heeft nu anders geoordeeld, waardoor er alsnog een rechtszaak komt. Volgens Karima is er sprake van discriminatie, terwijl de visboer dat ontkent.
In gesprek met het Algemeen Dagblad vertelt Karima dat ze weet dat haar nikab vaak negatieve reacties oproept. Ze zegt dat ze regelmatig beledigingen naar haar hoofd krijgt en dat andere vrouwen met een nikab zelfs fysiek zouden zijn aangevallen. Door die ervaringen voelt ze zich naar eigen zeggen niet veilig.
Ook op de dag van het incident voelde ze zich kwetsbaar. Daarom nam ze twee vriendinnen mee toen ze een strandwandeling maakte en iets wilde kopen bij de visboer. Zelf noemt ze dat pijnlijk, omdat ze zich als volwassen vrouw niet vrij voelt om alleen op pad te gaan.
Volgens Karima ging het direct mis toen ze de zaak binnenkwam. Ze zegt dat de visboer haar meteen wegstuurde en haar niet wilde helpen. Zelf probeerde ze naar eigen zeggen rustig te blijven en te begrijpen wat er precies gebeurde. Toen de visboer dreigde de politie te bellen, liet ze dat gebeuren omdat ze vond dat haar behandeling niet door de beugel kon.
De reden die de visboer gaf, was dat hij haar niet wilde helpen omdat hij haar gezicht niet kon zien. Karima vindt dat argument onbegrijpelijk. Volgens haar hoef je iemands gezicht niet volledig te zien om een bestelling op te nemen of betaling te accepteren. Ook het beroep op veiligheid overtuigt haar niet, omdat volgens haar iedereen iets verborgen bij zich kan dragen, ongeacht kleding.
Toen de politie arriveerde, konden agenten weinig doen. Omdat de visboer niet letterlijk zei dat hij haar weigerde vanwege haar geloof, bleef directe actie uit. Dat zorgde er volgens Karima voor dat ze zich niet beschermd voelde door de wet.
Juist daarom stapte ze later naar het hof. Met succes, want het hof vindt dat er voldoende aanknopingspunten zijn om de visboer alsnog te vervolgen. Voor Karima is dat belangrijk, omdat zij vindt dat de wet ook minderheden moet beschermen.






