Gemeenten hebben op dit moment nog deels invloed op de komst van asielopvang, maar door de spreidingswet zijn zij niet meer volledig vrij om opvang te weigeren. Eerst wordt geprobeerd om via vrijwillige afspraken voldoende opvangplekken te regelen. Daarbij kijken gemeenten, provincies en het COA onder meer naar inwonersaantal en draagkracht.
Toch is de druk op het kabinet groot, omdat er nog altijd te weinig opvangplekken beschikbaar zijn. Ook de situatie in Ter Apel blijft zorgen baren. Daarom wordt nu gesproken over een strengere uitvoering van de spreidingswet. Gemeenten die zelf geen opvangplekken regelen, kunnen uiteindelijk alsnog worden verplicht om asielzoekers op te nemen.
Volgens de huidige wet kan de minister gemeenten aanwijzen wanneer provincies er samen niet uitkomen. Dat betekent dat Den Haag in het uiterste geval kan ingrijpen als vrijwillige afspraken onvoldoende opleveren.
Die mogelijke dwang ligt politiek gevoelig. In verschillende gemeenten is veel weerstand tegen nieuwe opvanglocaties, terwijl andere gemeenten juist vinden dat de opvang eerlijker over het land verdeeld moet worden.
Het kabinet wil voorlopig vasthouden aan landelijke spreiding, maar kijkt tegelijk naar manieren om sneller druk te zetten op gemeenten die achterblijven. Daarbij wordt gedacht aan nieuwe verdeelbesluiten, strenger toezicht en meer directe bemoeienis vanuit Den Haag.
De centrale vraag blijft daarmee: lukt het gemeenten om vrijwillig genoeg opvangplekken te regelen, of gaat het kabinet hen uiteindelijk dwingen?
Bron:





