Een opvallend en pijnlijk moment in de Tweede Kamer zorgde voor veel ophef. Woonminister Eleanor Boekholt-O’Sullivan kwam zichtbaar in de problemen toen ze een simpele vraag kreeg over de prijs van een middenhuurwoning. De beelden verspreiden zich razendsnel online, waar de kritiek niet mals is.

Tijdens het debat vroeg Haptamu de Hoop (PvdA) naar de actuele kosten van een middenhuurwoning. Van een minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zou je verwachten dat ze dit direct kan beantwoorden. Toch bleef het stil. Boekholt-O’Sullivan leek het antwoord niet paraat te hebben en gaf uiteindelijk toe het exacte bedrag niet te weten. Ze verwees naar het puntensysteem, maar kon geen concrete huurprijs noemen.

De Hoop corrigeerde haar vervolgens en gaf zelf het juiste antwoord, inclusief het exacte bedrag. Hij noemde de situatie “pijnlijk” en vroeg door naar de gevolgen van het kabinetsbeleid voor huurprijzen.

Ook op die vervolgvraag wist de minister geen duidelijk en correct antwoord te geven. Ze sprak over mogelijke stijgingen van enkele tientjes per maand, maar volgens De Hoop klopte dat niet. Hij stelde dat de jaarlijkse stijging kan oplopen tot meer dan 1.300 euro en uitte stevige kritiek op haar kennis van de eigen plannen.

De beelden van het debat zorgden online voor veel reacties. Veel mensen zetten vraagtekens bij haar geschiktheid als minister en roepen zelfs op tot haar aftreden.

Ondertussen werkt Boekholt-O’Sullivan aan aanpassingen in de Wet betaalbare huur. Deze wet werd twee jaar geleden ingevoerd om huurprijzen te reguleren en huurders meer zekerheid te bieden. De nieuwe plannen zouden verhuurders juist weer meer ruimte geven om huren te verhogen en vaker tijdelijke contracten aan te bieden.

Critici vrezen dat dit ten koste gaat van huurders, vooral van jongeren en starters. Tijdelijke contracten zorgen voor minder zekerheid en maken het lastiger om een stabiele woonbasis op te bouwen. Studenten en beginnende huurders zouden hierdoor extra hard worden geraakt.

Daarnaast liggen er voorstellen om hogere huren mogelijk te maken voor specifieke woningen, zoals studio’s zonder buitenruimte en kleinere monumentale panden. Dit kan ertoe leiden dat juist betaalbare woningen minder toegankelijk worden.

Volgens de minister moeten de maatregelen ervoor zorgen dat er meer woningen op de markt komen. Maar tegenstanders betwijfelen of dat effect daadwerkelijk zal worden bereikt en vrezen vooral hogere lasten voor huurders.

Lees verder

Bron: