Toch is Geert in gesprek met Story opvallend openhartig over zijn privéleven, de steun van zijn vrouw Krisztina, hun heftige periode in de gevangenis, het summiere contact met zijn broer, verbroken vriendschappen en toekomstperspectief.

Story op bezoek bij Geert Wilders

Het is geen vanzelfsprekendheid om door PVV-leider Geert Wilders op zijn kantoor in de Tweede Kamer in Den Haag te worden ontvangen. Na een grondige beveiligingscontrole dienen de jas, tas en zelfs de laptop en mobiele telefoon in een kluis achtergelaten te worden, alvorens twee medewerkers Story met speciale pasjes door enkele toegangsdeuren en met een rechtstreekse lift naar diens kamer te loodsen. Eenmaal in het PVV-gedeelte van de Tweede Kamer scannen diverse beveiligers in een fijngesneden blauw maatpak met oordoppen het bezoek van top tot teen, alvorens de goed verstopte deur van het kantoor van Geert wordt bereikt.

Zwaarbeveiligde leven

Aangekomen in Geerts kantoor kan de PVV-leider echter ongehinderd en uitgebreid worden geïnterviewd door Story. ‘Je leert ermee omgaan,’ vertelt Geert aan de vergadertafel in zijn werkkamer over zijn zwaarbeveiligde leven. ‘Qua werk vind ik het geen ramp, dat hoort er nou eenmaal bij. Maar privé ben ik nooit alleen. Dat is ook voor mijn vrouw geen pretje. Maar gelukkig steunt zij mij volledig.’

Hoe ontspannen jullie samen?

‘Dan doen we door ’s zaterdags, als ik mijn telefoon aan het eind van de middag heb uitgezet, samen te koken. Ik ben overigens geen goede kok, dat is mijn vrouw, maar ik ondersteun haar. Ik snijd de uien, reik de pannen aan, roer een paar keer met de pollepel door de pan. Vervolgens dek ik de tafel en gaan we een hapje eten. We drinken een glaasje wijn en komen volledig tot rust. Heerlijk! We proberen dat echt elke zaterdag te doen, maar dat lukt niet altijd. Verder houden we ervan om in het bos of over het strand te wandelen. Dat klinkt misschien een beetje suf, maar dat vinden we ook echt heerlijk. Ik zorg dan dat ik onherkenbaar ben, draag ’s zomers een pet en ’s winters een muts om mijn opvallende haardos te bedekken, heb een zonnebril op en mijn vrijetijdskleding doet de rest. Dat werkt opvallend goed, ik word zelden herkend. Natuurlijk lopen er dan ook beveiligers om ons heen, we zijn immers nooit alleen.’

Zou u ooit weer normaal met uw vrouw van een wandeling kunnen genieten?
‘Dat weet ik niet… De mensen die het op mij gemunt hebben, hebben geduld. Dus hoe de rest van mijn leven eruitziet, valt niet te voorspellen.’

Wat kunt u over uw woonsituatie vertellen?

‘Ik woon met mijn vrouw in een safehouse op een niet te vermelden locatie. Dat is al jarenlang het geval. Daarvoor hebben we op de meest vreemde plekken gewoond: in een getuigenbeschermingswoning ergens in ons land – in die periode droeg ik ook geregeld plaksnorren -, op de kazerne in Zeist, in de voormalige woning van een Britse onderofficier. Een jaar of vijftien geleden hebben mijn vrouw en ik ook drie maanden in de gevangenis op Kamp Zeist gewoond. Daar sliepen we in dezelfde cel als waar de mensen die verdacht werden van de Lockerbie-aanslag (de terroristische aanslag door Libiërs op een PanAm-vliegtuig, dat boven het Schotse Lockerbie in de lucht explodeerde – red.) sinds eind jaren negentig verbleven. We hadden er in vergelijking met die Lockerbie-verdachten in de gevangenis wel een ruimte bij gekregen, met een keuken en ontspanningsgedeelte. Wel ging elke avond om tien uur het licht uit, waarna we de bewakers moesten vragen of het licht bij ons kon blijven branden. Wij waren immers geen gevangenen. Dat was een gek gevoel, hoor. Dat we in dezelfde ruimte verbleven als de mensen die dat vliegtuig uit de lucht hadden geknald. Aan de andere kant was het ook een veilig gevoel. In de gevangenis kon ons immers niets gebeuren.’

Hoe ziet uw leven er over twintig jaar uit?

‘Dan hoop ik niet dat ik nog aan het werk ben. Dan ben ik tachtig… Ik zou het niet weten. Dat is het gevolg van mijn situatie, ik kan niet vooruitkijken. Mijn leven kan elke dag afgelopen zijn – ik ben om die reden geen planner. Ik ben blij als ik over vijf jaar nog leef en gezond en gelukkig ben. Datzelfde geldt voor mijn naasten.’

Bron: